|
Tiffany
Louis
Comfort Tiffany (1848-1933) was de zoon van Charles
Louis Tiffany, oprichter van de beroemde juwelierszaak
in New York. Door zijn Financiële onafhankelijkheid
en zijn grote nieuwsgierigheid naar nieuwe dingen, begon
Tiffany aan een aantal experimenten. Zijn bedoeling
was om kunst te combineren met de behoeften van het
dagelijks leven. Iets wat in die tijd nogal ongewoon
was. Kunst was voor de rijken; de gewone man had hier
geen behoefte aan en kon het ook niet betalen.
Met
het ontwerpen en vervaardigen van glasobjecten begon
hij na zijn terugkeer van een reis door Europa, waar
hij o.a. de kathedraal van Chartres had bezichtigd.
De diepe kleuren van de glasramen had onuitwisbare indruk
op hem gemaakt. Tiffany begon te experimenteren met
de vervaardiging van gekleurd glas. In 1893 kocht hij
zijn eigen glasblazerij en begon met de productie van
glasobjecten die qua schoonheid, zeker in die tijd,
niet te evenaren waren.
Tiffany's glasobjecten waren een succes en al snel richtte
Tiffany een aantal genootschappen op, waarin hij samen
met andere kunstenaars kunstambachtelijke voorwerpen
ontwierp. Vanaf 1902 dateren de Tiffany-studio's waar
stoffen, tapijten, meubels, mozaïeken, glas-in-lood
ramen, gebruiksvoorwerpen, liturgisch vaatwerk, spiegels
en ook complete interieurs ontworpen en vervaardigd
werden.
Tiffany is ook de uitvinder van de tot op heden gebruikte
methodes om stukjes glas in koperfolie te wikkelen en
dan te solderen, in plaats van, zoals daarvoor gebruikelijk,
in lood zetten.
Veel motieven en voorwerpen kunnen trouwens alleen volgens
de "koperfolie methode" worden gemaakt. Zijn
lampen en glasramen zijn daar een voorbeeld van.
Wat
de Tiffany lampen en Tiffany glasramen betreft, de vervaardiging
hiervan gebeurt nog steeds op de oude manier, hoewel
met hedendaagse moderne hulpmiddelen. De ontwerpen van
deze lampen en ramen variëren momenteel van heel modern
tot replica's van Tiffany's oude ontwerpen. Van "Mondriaan-achtige"
kleurvlakken tot Jugendstill.
Alle nieuwe "Tiffany-glasobjecten" in welke
vorm dan ook hebben echter een ding gemeen: zij zijn
bron van kleur en een genoegen om naar te kijken.
|